Twee middagen, twee verschillende bestuurders. Beiden hadden ze een verhaal over “het belang van X voor Y” en moesten daarbij de mensen moest bedanken die het allemaal mogelijk hebben gemaakt. De één was bij een opening, de andere moest de bekendmaking van de locatie volgend jaar luister bijzetten. Geen high stakes, maar gewoon een moment om even stil te staan bij een gebeurtenis.
En het kwam twee keer volstrekt niet over.
Voorlezen
Nu kan ik natuurlijk wijzen naar het feit dat ze aan het voorlezen waren. Een stuk paper werd beide keren uit de binnenzak getoverd en uitgevouwen. Met een gekreukeld A4 in de handen werd de tekst keurig voorgelezen.
Uit je hoofd een verhaal doen, of liever nog uit je hart, heeft de voorkeur, maar als je heel veel van dit soort praatjes moet doen is dat bijna ondoenlijk. Je moet immers niemand vergeten te bedanken, en geen belangrijke punten overslaan. Het geeft ook een structuur om je aan vast te houden. Voorlezen hoeft dus ook geen probleem te zijn, zolang je maar contact houdt met het publiek door af en toe de zaal in te kijken.
Nee, aan het voorlezen lag het niet.
Sprekers
Het lag ook niet aan de sprekers zelf. Mensen die ons langer volgen weten dat we een groot belang hechten aan de ethos-mentaliteit: het benaderen van communicatie en leiderschap waarbij de primaire focus ligt op het vestigen en behouden van een positieve perceptie van je karakter, geloofwaardigheid en betrouwbaarheid in de ogen van het publiek.
Beiden waren vriendelijk, hadden voldoende contact met het publiek, en lieten blijken dat ze daar met reden stonden. Ze kwamen beide goed uit de woorden, waren goed verstaanbaar en het volume was goed. Ze waren misschien wat saai gekleed, maar dat past dan wel weer bij de uitstraling van een bestuurder.
Wel waren ze in hun spreektoon vlak. Heel erg vlak. En daar zat ook meteen de belangrijkste aanwijzing waar het probleem zat: de tekst die ze hebben meegekregen. Beide bestuurders hadden een stuk tekst gekregen, om houvast te geven. Deze zijn meestal geschreven door de inhoudelijk betrokken medewerker en/of door de communicatieafdeling. Je kan ze als bestuurder gebruiken als geheugensteun, als basis om zelf verder te improviseren, of als pure voorleestekst.
En de tekst die ze hadden was volstrekt ongeschikt voor een spreektekst.
Spreektaal versus schrijftaal
Ik krijg vaak het verwijt dat mijn geschreven teksten te veel spreektaal zijn. Geen werkwoorden bijvoorbeeld. Halve zinnen, of losse statements. Zoals dit. Als je teksten schrijft, is daarbij dan de gedachte, dan horen daar goede, grammaticale zinnen in te zitten.
Maar het andere uiterste is een spreektekst die is opgeschreven als een gladgestreken beleidsnotitie. De lange zinnen, met bijzinnen en komma’s en extra uitleg, waren niet van de lucht. En beide keren hoorde ik een veelvoud aan drieslagen, die steeds achter elkaar werden gebruikt. Waarmee het instrument “stijlfiguur” helemaal plat werd geslagen.
“Cultuur is belangrijk voor de inwoners, het toerisme en de ondernemers. Daarom moeten we zorgen voor investeringen in de infrastructuur, maar ook in de basis voorzieningen. Dat doen we als gemeenten samen met de provincie, de musea en de lokale ondernemers.”
“Toerisme is niet alleen van belang voor onze inwoners, maar ook voor onze ondernemers, onze culturele instellingen en onze leefbaarheid.”
Het leest al niet heel lekker, maar het luistert al helemaal niet lekker kan ik je vertellen.
Een goede basis voor je eigen tekst
Handig hoor, zo’n tekst. Ik kreeg ze zelf ook graag. Wel zag ik ze vooral als basis voor wat ik zelf wilde vertellen en dan probeerde ik snel los te komen van wat er geschreven stond. Ik onderstreepte de thema’s die aangestipt moesten worden, en schreef erbij welke volgorde ik het beste kon aanhouden. Daarnaast zorgde ik dat een lijst had met de organisaties en personen die bedankt moesten worden. Ook goede formuleringen jatte ik natuurlijk schaamteloos. Want dat konden de mannen en vrouwen van de communicatieafdeling wel. Je moet je tekst eigen maken, maar dat wil niet zeggen dat je niets kan overnemen van de woorden van een ander.
Zijn dit soort teksten dan altijd slecht? Nee, zeker niet. Want een goede tekstschrijver, en daar ben ik er zeker niet één van, vindt de toon van de spreker, en weet die in prachtige zinnen om te zetten. Zinnen die ook nog een goed uit te spreken zijn, en waarnaar het prettig luisteren is.
Een geschreven tekst is een prachtige houvast, zeker als die goed geschreven is. Maar als jij dit soort ambtelijk taalgebruik voorgeschoteld krijg: stuur terug of maak er je eigen tekst van.
Pepijn Vemer
