Je hebt het vast wel eens meegemaakt: iemand staat op een podium, vertelt met veel plezier en energie een verhaal, maar toch komt het niet bij het publiek aan. Er kunnen veel redenen zijn waarom dat gebeurt. Jargon, te snel of te slordig spreken, mompelen – roep maar.
Maar wat ook vaak een reden kan zijn is dat de spreker te hard voor het publiek uit loopt. En vervolgens niet ziet dat het publiek strompelt en struikelt in de pogingen om de spreker te volgen.
Als spreker heb je een enorme denkvoorsprong. Minimaal de tijd dat je bezig bent geweest met het voorbereiden van je verhaal. Maar als publiek mag je hopen dat er weken, maanden of jaren aan onderzoek en ervaring achter de presentatie zit. Dan zijn allemaal termen, logische gevolgtrekkingen en basisgedachten voor de spreker heel logisch. Voor het publiek, dat de spreker en het onderwerp net heeft leren kennen, is dat een stuk minder logisch.
De andere kant van de medaille is dat de spreker, hoe goed die zich ook heeft voorbereid, ook niet alles weet. Een presentatie bij een academisch congres? Daar kunnen ook nieuwe onderzoekers tussen zitten die nog niet alle termen kennen. Een volstrekt logische oplossing voor een overduidelijk probleem? Wie zegt jou dat je hele publiek het probleem ook ziet? Misschien loopt jouw logische oplossing tegen ideologische bezwaren waar jij blind voor bent.
Hoe voorkom je dat jij niet deze valkuil in duikt?
Ik vat het zelf nog wel eens oneerbiedig samen als “behandel je publiek alsof het dom is – maar laat het ze niet merken.” Niet door op ze neer te kijken, maar door te bedenken dat je meer (veel meer) moet uitleggen dan je misschien verwacht. Onthoud: jij hebt een denkvoorsprong. Het is jouw onderwerp en hebt dus alle kennis. Je bent misschien al dagen bezig met het voorbereiden van je presentatie en hebt dus het hele verhaal in je hoofd.
Maar als je het uitspreekt, dan is dat de allereerste keer dat je publiek het hoort. Het kan zelfs gebeuren dat dit het eerste moment is dat ze er überhaupt over nadenken. In de meeste gevallen is dat niet erg, want daar zijn wij mensen voor gemaakt: signaal ontvangen en signaal verwerken.
Maar als de boodschap al iets moeilijker wordt, dan kost het je publiek ook tijd om het te verwerken.
In de praktijk betekent dit een paar dingen. Ten eerste moet je zorgen dat je meer termen moet uitleggen dan je vooraf had bedacht. Het gaat daarbij verder dan een jargon. In beleidsvoorstellen zijn veel termen gemeengoed, maar als je die al moet gebruiken is het belangrijk nog even te herhalen wat we er precies onder verstaan. Al is het maar omdat het schokkend vaak voorkomt dat dezelfde term iets anders betekent. En dan laat je het publiek in verwarring achter.
In een academische setting is het gebruik om altijd termen en terminologie vooraf te benoemen, en ik zou er wel voorstander van zijn om dat ook in andere presentaties te doen. Als je tenminste echt niet om het lastig taalgebruik heen kan. Want als je een makkelijkere term kunt gebruiken, heeft dat natuurlijk altijd de voorkeur.
Zorg ook dat je logische stappen ook daadwerkelijk uitlegt. Ik ken vrij veel mensen in mijn omgeving die razend slim zijn, en daarom de neiging hebben stappen te zetten die niet te volgen zijn voor het publiek. Ze slaan tussenstappen over, benoemen niet welke aannames er zijn, en raken daarom hun publiek kwijt als ze proberen hun ideeën uit te leggen.
Houd goed contact met je publiek voor signalen dat je ze kwijt bent. In een kleinere zaal, waar je individueel contact kunt maken met je publiek, kun je af en toe je vragen of ze je nog steeds volgen. In een grotere zaal is dat misschien wat moeilijker, maar het kan wel. En als je het contact kwijt bent, leg de oorzaak en de oplossing bij jezelf, niet bij je publiek. Nooit bij je publiek.
En als laatste tip: vertraag. Geef je publiek de tijd om de passen die jij voor ze uitloopt in te halen. Als je publiek continu achter je aan moet rennen is er een te grote kans dat er iemand struikelt of de weg kwijt raakt. Een goedgeplaatste pauze geeft niet alleen rust aan je uitstraling en aan je presentatie, maar het geeft ook je publiek de kans om jouw briljante gedachten te verwerken. Het been bij te trekken. Om daarna met jou de volgende stap te nemen.
Zo maar termen verder uitleggen kan helaas niet zo maar. Dat heeft wat meer tekst nodig. Het kan namelijk belerend overkomen voor een publiek van experts, als basale termen zomaar alsnog worden uitgelegd. Zelfs al doe je het voor het juiste doel, namelijk om ook de nieuwste aanwezigen of de leken zoals pers te helpen je verhaal te volgen.
Een zin die ik zelf wel eens heb gebruikt is “De meesten zullen het hier al weten, maar een korte herhaling kan geen kwaad.”
Dit verklaart ook het gebruik van “Zoals jullie wel weten…” en het dan toch vertellen. Meestal onbewust, maar je kunt het ook bewust doen.
Een goed voorbeeld van zorgen dat je publiek moeilijke uitleg kan volgen? Luister naar de briljante Alie Ward, die in haar podcast serie Ologies diverse Ologists aan het woord laat om over hun vakgebied te praten. Zeven jaar geleden begonnen met vulkanologie (vulkanen) en primatologie (primaten en apen), had ze deze week een dubbel aflevering tempestologie (orkanen). Zij gebruikt daarvoor een leuk stijlfiguur: ze doet zich minder slim voor dan ze echt is en kan daarom alle vragen stellen die je als publiek nodig hebt, en legt extra uit in terzijdes.
Dubbel tip: de aflevering over agnotologie (onwetendheid).
Geef dus altijd je publiek de tijd om met je op te lopen naar je conclusie. Er is niemand die er iets aan heeft als je vooruit blijft rennen, zonder achterom te kijken.
Pepijn Vemer
