Categorieën
blog

Mijn favoriete stijlfiguur: de zelfverbetering

Als men het heeft over stijlfiguren, komen de klassiekers altijd wel naar boven. De drieslag, de alliteratie of het chiasme. Misschien noemt men wel eens de metafoor, hyperbool of de retorische vraag.

Maar mijn favoriete stijlfiguur staat er bijna nooit tussen.

Nee, laat ik het niet mijn favoriete stijlfiguur noemen: het is in mijn ogen het meest effectiéve stijlfiguur.

De correctio, oftewel de zelfverbetering.

Bij een zelfverbetering corrigeert de spreker (of in dit geval ik als schrijver) zichzelf bewust. Daardoor wordt het publiek extra gewezen op wat er gezegd wordt. En daarmee wordt de feitelijke betekenis versterkt. Neem het voorbeeld hierboven: “Nee, laat ik het niet mijn favoriete stijlfiguur noemen”. Door terug te komen op mijn eerdere opmerking, krijgt de volgende bewering, “het meest effectiéve stijlfiguur” alle aandacht.

Een ander voorbeeld, dit keer van Cicero, in de eerste redevoering tegen Catalina:

“Toch leeft hij nog. Leeft hij nog? Sterker, hij komt in de senaat.

Of Hamlet, die zich uitspreekt tegen het huwelijk van zijn moeder met zijn oom, wel erg snel na de dood van zijn vader:

“That it should come to this!

But two months dead – nay, not so much, not two.”

Wat ik zelf wel aardig vind aan de correctio is dat wanneer je dit goed doet, je je publiek een extra duwtje geeft in de aandacht. Vergelijk het met een groep mensen die achter de toergids aanloopt door een kasteel. Men luistert soms maar half, kijkt om zich heen en ziet dingen die de gids niet aanwijst. De gids loopt verkeerd loopt, stopt ineens midden in de gang, en neemt een paar stappen terug. Terwijl de groep de andere gang inloopt, is meteen iedereen weer bij de les.

En de plek waar dit is gebeurt, zal je altijd blijven onthouden als je terugdenkt aan de rondleiding.

En dat kan je dus ook expres doen.

Hieraan verwant is de dubitatio, oftewel de aarzeling, ook zo’n mooi stijlfiguur. De spreker doet alsof hij moet kiezen tussen diverse mogelijkheden. En als hij dan uiteindelijk kiest voor één mogelijkheid, heeft hij ondertussen, door alle mogelijkheden te hebben genoemd, de complexiteit van de situatie beklemtoond. Of je stelt een overleggende, aarzelende of vertwijfelde vraag. Zo kan je een slag om de arm houden, of de beslissing aan je publiek overlaten, of medelijden oproepen als alle opties slecht zijn. Zo kan ik mijzelf bijvoorbeeld afvragen “Hoe moet ik dit stuk nu eindigen?”

Stijlfiguren maken onze teksten overtuigender, levendiger, interessanter voor je publiek. Als de kers op de taart, de krenten in de pap, de puntjes op de i. En daarmee is het vooral ook leuker voor jou als spreker of schrijver.

Pepijn Vemer