Categorieën
blog

Wetenschappelijke presentaties: een vak apart

Een goede wetenschappelijke presentatie is een cadeau voor de wereld

Met een vleugje Goethe

Het is de week van ISPOR Europe, het jaarlijkse congres waar ik in de tijd dat ik bij de universiteit werkte, graag naar toe ging. Net als andere wetenschapscongressen is het een verzameling van andere wetenschappers, collega’s, vrienden van over de hele wereld. De laatste ontwikkelingen worden gedeeld op een beursvloer, bij borrels (Hollandse avond!) en in toevallige ontmoetingen.

Maar vooral gaat het om het delen van het laatste onderzoek. In de vorm van posters, podium presentaties en panel discussies. Daar gaat heel veel goed, maar ik heb ook heel veel fout zien gaan in die jaren. Een panel waar de voorzitter de namen van de deelnemers niet kan uitspreken. Een pas gepromoveerde doctor die op 12 minuten net de inleiding klaar had van diens 15 minuten praatje zat, en beledigd was dat die werd afgekapt, “want het is nu tijd voor vragen”. Een poster waar men alles (en dan bedoel ik ook ALLES) op kwijt wilde, zodat de puntgrootte kleiner was dan de printer blijkbaar aankon. Een spreker die geen woord Engels kon en dus het volledige praatje fonetisch had uitgeschreven en daarna verrast om zich heen keek toen er een vraag werd gesteld.

Laten we het vooral hebben over wat wel goed gaat

Laten we het vooral hebben over wat wel goed gaat, want een goede wetenschappelijke presentatie is een cadeau voor de wereld. Resultaten worden niet alleen geponeerd, maar bevochten, getest, geproefd, ontleed in de discussie onderling. Wat overeind blijft staan, ideeën waar de wereld beter van worden, worden verspreid. En het aanwezige publiek krijgt zelf nieuwe inspiratie.

Ik heb diverse goede voorbeelden gezien. Een hoogleraar die de eerste minuten vooral gebruikte om diens collega’s en hun belangrijke werk in het zonnetje te zetten. Op deze manier werd de “methode”-sectie, een essentieel onderdeel, aangekleed met meer dan alleen de “koude” feiten. De zaal ging beter luisteren, en de medewerkers liepen trots de zaal uit. Uiteindelijk werden zij expliciet naar voren geschoven om hun expertise. Een prachtvoorbeeld van “geef het door” je positie van macht en gezag inzetten, niet voor jezelf, maar voor de mensen die het nodig hebben.

Ik kan me ook herinneren dat iemand de expliciete keuze had gemaakt om maar één grafiek te laten zien en die helemaal uit te diepen. Ik snap heel erg de neiging om veel te willen laten zien, maar

In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister

zoals Goethe al zei. Je krijgt een vaste hoeveelheid tijd, en dan kan je maar beter weinig resultaten goed uitdiepen in plaats van veel resultaten nauwelijks. Of nog erger: of de grens van tijd gaan. In de discussie was duidelijk dat iedereen snapte dat er meer was te vertellen, en daar zat niemand mee. Als je maar duidelijk binnen de afgesproken grenzen blijft. Want zoals het bovenstaande citaat eigenlijk verder gaat:

“Und das Gesetz nur kann uns Freiheit geben.

Een laatste mooi voorbeeld dat ik wil delen is die keer dat iemand me stralend vertelde dat de panelvoorzitter een week van tevoren had gebeld met een aantal simpele vragen:

  • “Hoe spreek ik je naam goed uit?”,
  • “Hoe wil je dat ik je voorstel?” en
  • “Is er een vraag die je graag wel of juist niet gesteld wilt hebben?”

Het is een ontzettend kleine moeite, en goede dagvoorzitters doen dat vaker, maar op een wetenschappelijk congres komt het niet heel vaak voor. Daar zijn de panelvoorzitters vaak ook wetenschappers die op het congres zijn, en geen professionals op dit gebied.

Een vak apart

Presentaties van wetenschappelijke resultaten zijn een vak apart. Wil je daar eens meer over weten, neem contact op en we plannen koffie/thee/spa rood in.

Pepijn Vemer