Categorieën
Vijf Wijsheden GR2026

Korter is eigenlijk altijd beter

Wijsheid 4

Wijsheden voor de komende raadsperiode

Iedereen vindt dat hij zelf altijd korte, puntige bijdragen levert. En dat de rest veel te lang praat.

De meeste gemeenteraden hanteren spreektijden. Je krijgt een beperkte tijd om je bijdrage te doen. En daar is altijd discussie over. Voor anderen is het heel nuttig, want die praten altijd veel te lang. Maar ik zeg heel belangrijke dingen, dat mag je natuurlijk niet inperken. Cicero wist het al: wie niet in staat is zijn gedachten te ordenen vóór hij zijn mond opent, zal ze ook niet ordenen tijdens het spreken. Spreektijden lossen dat probleem niet op, hooguit maskeren ze het.

En hoe organiseer je het? Vaste spreektijden per vergadering, per agendapunt, iedereen evenveel tijd, grote fracties meer dan kleine?

Nu wil het geval dat ook vergaderingen zonder spreektijd op een gegeven moment klaar zijn. Echt nodig zijn spreektijden vaak niet. Ze worden ingevoerd omdat de voorzitters niet goed genoeg zijn. Die zouden de capaciteiten en het gezag moeten hebben om een vergadering in inhoudelijke banen te leiden zonder dat ze de zijwieltjes van een klok nodig hebben. Maar ja, dat is natuurlijk lekker makkelijk gezegd. Het valt beslist niet mee om gemeentelijke vergaderingen voor te zitten.

Maar wat kun je nu zelf doen als raadslid van goede wil? Je kunt in elk geval je eigen verhaal zo goed mogelijk maken. En dan blijkt dat je vaak helemaal niet zo veel tijd nodig hebt. Bijdragen duren vaak te lang doordat er twee hoofdproblemen bestaan: de spreker denkt hardop en ontwikkelt zijn punt nog tijdens het spreken, en de spreker heeft in de voorbereiding zijn verhaal onvoldoende geredigeerd en heeft daardoor een verhaal dat niet puntig genoeg is. Beide getuigt van een gebrek aan voorbereiding.

Een goede bijdrage zit best simpel in elkaar. Je zegt of je voor of tegen bent en in welke mate, je verwijst naar je ideologische achtergrond. Wat je waardeert in het voorstel, wat je anders zou willen zien en je geeft een voorbeeld.

De Partij voor de Samenleving is vooralsnog tegen dit voorstel, want wij vinden participatie belangrijk en we zien dat er te veel mensen zich niet gehoord voelen. Natuurlijk zouden wij liefst meer groen én meer parkeerplaatsen zien, maar dat kan niet. Als de wethouder kan aangeven hoe de buurtbewoners goed worden meegenomen in dit traject zullen we alsnog kunnen instemmen met het voorstel om enkele parkeerplaatsen op te heffen. Maar de mensen in de Musjesstraat hebben nu al moeite om hun auto te parkeren vanwege alle toeristen die niet naar een parkeergarage gaan.

Past binnen elke spreektijd.

En uiteindelijk is de tijd natuurlijk niet het belangrijkste. Het gaat erom dat je bijdrage duidelijk is, dat mensen je begrijpen en dat ze kunnen navertellen wat nou eigenlijk je punt is. Meestal is korter dan beter. En uiteindelijk is het beste verhaal het verhaal waar niets meer af kan zonder dat het aan kwaliteit inboet.

Dit is een aflevering uit onze reeks “Vijf Wijsheden voor Raadsleden”, gepubliceerd in de aanloop naar de komende gemeenteraadsverkiezingen.

GJP

Categorieën
Vijf Wijsheden GR2026

Je echte publiek zit thuis

Wijsheid 3

Wijsheden voor de komende raadsperiode

“Met publiek erbij wordt een debat een voorstelling.”

Petra de Koning schreef laatst (NRC, 3 februari 2026) over een commissiedebat in de Tweede Kamer dat ineens anders loopt wanneer er publiek bij is. Een Kamerlid dat de publieke tribune rechtstreeks aanspreekt, waarop álle aanwezigen opkijken en er ineens veel meer zin in hebben.

Het voelt misschien raar als je van buiten de politiek komt, maar het is heel normaal. Ook in de gemeentepolitiek. Onderling bespreek je de argumenten, de feiten en de overwegingen. Maar zoals bij Wijsheid 1 al was besproken, doe je dat niet om de andere kant te overtuigen. Een goed raadslid heeft de argumenten vooraf al besproken in een fractievergadering, met leden overlegd, of met belanghebbenden. Een goed raadslid heeft de waardenafweging gemaakt vóór die het debat instapt. Als je de mening van de medepolitici moet veranderen, dan doe je dat in de wandelgangen, in de gesprekken voor je de arena in gaat.

Als je elkaar toch vrijwel nooit kan overtuigen, wil dat niet zeggen dat het debat dan ook nutteloos is. Sterker nog: het is erg nodig. Alleen: je echte publiek, de persoon die je aanspreekt, is niet de persoon die tegenover je zit.

Je échte publiek zit op de publieke tribune. Of, vaker, thuis.

Het doel van het debat is dan ook om de inwoners van de gemeente jouw redenatie uit te leggen. Wat vind jij belangrijk? Waarom vind je dat belangrijk? En daar is een goed debat een uitstekend middel voor.

Wat is dan een goed debat? In onze ogen gaat dat verder dan alleen je standpunten noemen. Allereerst zorg je voor het duidelijk neerzetten van de keuze. En dan niet “akkoord met het voorstel” of “niet akkoord met het voorstel”, maar meer welke keuze erachter zit. Zijn er alternatieven? Is er een waardenconflict? Waar zit de afweging?

Je moet uiteraard een goede uitleg geven van je redenatie, en wanneer andere raadsleden hun verhaal vertellen plaats je goede interrupties om de verschillen bloot te leggen. Daarmee maak je je eigen verhaal niet alleen sterker, maar je toont je collega’s ook het respect dat zij verdienen.

Daarbij moet je verder kijken dan alleen je achterban, of je kiezers. Ook mensen die het niet primair met jou eens zijn moeten kunnen zien waarom je bepaalde keuzes hebt gemaakt. Wellicht kan je hen wel overtuigen om de volgende keer op je te stemmen. Maar zelfs als dat niet gaat, ben jij het verplicht aan de inwoners om je keuzes zichtbaar te maken en uit te leggen waarom je de keuze maakt .

Je bent immers misschien het hoogste bestuursorgaan, uiteindelijk ben je een dienaar van de gemeente.

Dit is een aflevering uit onze reeks “Vijf Wijsheden voor Raadsleden”, gepubliceerd in de aanloop naar de komende gemeenteraadsverkiezingen.

Categorieën
Vijf Wijsheden GR2026

Stel alleen vragen als je het antwoord al weet

Wijsheid 2

Wijsheden voor de komende raadsperiode

Ik sprak ooit een journalist die me vertelde in een interview alleen vragen te stellen waar die de antwoorden al van wist. Zo kan je vooraf bepalen waar de spanning in de antwoorden zitten, en waar de zwakke en sterke punten van de redenatie zitten. En dus welke vragen het meest opleveren voor je publiek. De rest laat je zitten.

En dat zou voor jou als raadslid straks net zo moeten gelden.

Als je als raadslid naar de bekende weg vraagt, geef je de wethouder vooral de ruimte om nog eens lekker opnieuw uit te pakken in het antwoord. Daar schieten jij en de inwoners van je gemeente weinig mee op.* Of je laat zien dat je eigenlijk de stukken niet voldoende hebt gelezen, want anders had je het antwoord vaak al geweten.

Dat betekent niet dat je dingen die je niet weet maar over moet slaan. Het betekent vooral dat je de vragen vóór de vergadering beantwoord moet proberen te krijgen. Bel eens met de griffie. Praat eens met betrokkenen. Probeer het voorstel echt te begrijpen.

De interessantste vragen zijn natuurlijk die over het waardeconflict dat in een voorstel verstopt zit. Maar om dat goed te bespreken moet je die vooraf wel kennen. Als je daar pas tijdens de vergadering achter moet komen, komt er nooit een goede discussie.

Naast het waardeconflict in een voorstel zijn er nog een aantal andere vragen die je moet beantwoorden, voor je aan de vergadering mee gaat doen.

Ten eerste is er de vraag wat nu precies het probleem is dat hier moet worden opgelost. Hoe ernstig is dat probleem? Moeten we überhaupt iets aan dit probleem doen? Immers, elke keuze is (impliciet) ook een keuze om iets anders niet te doen. We kunnen onze tijd, ons geld, maar één keer uitgeven.

Dan is er nog de voorgestelde oplossing. Hoe effectief is die oplossing? Hoe haalbaar is die oplossing? En wat zijn de neveneffecten van deze oplossing?

En uiteindelijk zijn er natuurlijk altijd alternatieve oplossingen te bedenken. Die misschien veel effectiever zijn, of makkelijker haalbaar.

Als je op al deze vragen antwoorden hebt, dan kan je ook heel snel bepalen waar de spanning zit tussen jouw standpunt en het voorstel.

Vind jij het probleem niet ernstig? Dan vraag je daar naar.

Ben je het eens met de probleemanalyse, maar zie je problemen in de effectiviteit van de oplossing? Dan is dat je focus.

Sommigen onder jullie herkennen natuurlijk meteen de standaardgeschilpunten. Een model dat heel mooi de belangrijkste argumenten ordent. Wij werken er zelf graag mee, en dan zijn we een heel stuk langer bezig dan een paar regels. Neem contact op om dat ook eens met ons te bespreken. Of lees eens dit voortreffelijke overzicht.

*: Tenzij je juist de wethouder die ruimte wilt geven, maar dan nog: dan ken je het antwoord op je vraag al.

Dit is een aflevering uit onze reeks “Vijf Wijsheden voor Raadsleden”, gepubliceerd in de aanloop naar de komende gemeenteraadsverkiezingen.

Categorieën
Vijf Wijsheden GR2026

Overtuigen doe je (vrijwel nooit) in de Raadszaal

Wijsheid 1

Wijsheden voor de komende raadsperiode

Het zit in je als politicus: je wilt overtuigen. Jij hebt een wereldbeeld en dat wil je uitdragen. En zo je gemeente inrichten. Daar ben je raadslid voor geworden.

Het zit in je als politicus: je wilt overtuigen. Jij hebt een wereldbeeld en dat wil je uitdragen. En zo je gemeente inrichten. Daar ben je raadslid voor geworden. Het is een taak, vol van uitdagingen en mogelijkheden om echte verandering te brengen.

Het kan dan ook erg frustrerend zijn als je merkt dat je argumenten, hoe goed ze ook zijn, niet doordringen. De andere fracties blijven bij het standpunt dat ze hadden toen de vergadering begon. Al je retorische vaardigheden ten spijt: het lukt je niet ze te overtuigen van jouw kant. Het lijkt alsof je spreekt tegen een muur, en dat kan ontmoedigend zijn.

In de praktijk laat vrijwel niemand zich pas overtuigen in de gemeenteraadszaal. De meningsvorming is al in de weken en dagen gebeurt voorafgaand aan de raadsvergadering. Tijdens de fractievergadering, het coalitieoverleg of misschien zelfs al bij het vastleggen van het verkiezingsprogramma. De beslissingen zijn vaak al genomen voordat je de raadszaal betreedt.

Bij het werk van een raadslid hoort dan ook dat je contact legt met je mederaadsleden. Dat je met ze belt, e-mailt, koffie drinkt. Daar heb je nog de kans om te overtuigen.

Als je wacht tot de raadsvergadering ben je over het algemeen te laat.

De raadszaal is slechts het podium waar de keuzes van de raadsleden worden gepresenteerd, niet waar ze worden genomen. De echte werkzaamheden vinden plaats in de achtergrond, in de gesprekken en overleggen die plaatsvinden voordat je de vergadering betreedt.

Toch zit er een kanttekening in deze observatie, want het komt wel degelijk voor dat je mensen kan overtuigen in de Raadszaal. Sterker nog, in dat soort geval móet je overtuigen in de Raadszaal.

Het zijn eigenlijk altijd momenten dat het politiek extra spannend is. Er komt nieuwe informatie binnen die daarvoor nog niet bekend was, bijvoorbeeld door een inspreker, of een raadslid die ergens mee komt en dat nog niet heeft gedeeld vooraf. Of het gaat om de politieke toekomst van een collegelid. Wie steunt een motie van afkeuring, of wantrouwen? Wie steunt hem niet?

In dat soort gevallen speelt de emotie net zo hard mee als de ratio. In de meeste gevallen zelfs meer.

Dit is een aflevering uit onze reeks “Vijf Wijsheden voor Raadsleden”, gepubliceerd in de aanloop naar de komende gemeenteraadsverkiezingen.

Categorieën
blog Vijf Wijsheden GR2026

Je overtuigt mensen op gevoel

Wijsheid 5

Wijsheden voor de komende raadsperiode

Ik heb op veel verschillende plekken gewerkt: een universiteit, onderzoeksbureaus van divers formaat, lokale overheid. En overal waren de belangrijkste overtuigingsmiddelen rapporten, artikelen, grafieken. In de retorica noemen we dat Logos, laten we zeggen: het hoofd.

Logos zorgt ervoor dat je publiek jou kan volgen.

Tijdens een eerdere post in deze serie benoemden we al dat dit niet voldoende is. Je moet kunnen bouwen op je kern: jouw eigen normen en waarden en die delen met je publiek. Je moet communiceren in lijn met jouw diepste overtuigingen, en dat overbrengen. In de retorica noemen we dat Êthos, ofwel het hart.

Êthos zorgt ervoor dat je publiek jou wil volgen.

Maar uiteindelijk zijn dat kanten van je verhaal die iedereen weer vergeet als je van het podium afstapt. De geweldige schrijver Maya Angelou zei al:

“I’ve learned that people will forget what you said, people will forget what you did, but people will never forget how you made them feel”.

In de retorica noemen we dat Pathos, de (onder)buik. Pathos zorgt ervoor dat je publiek jou wil volgen.

De emotionele kant van communicatie laat zich niet makkelijk in regels vangen. Daar is het emotie voor. Complimenten geven om het publiek zich te laten voelen werkt tijdens de jaarlijkse vrijwilligersbarbecue, maar minder als je een rechtbank toespreekt. Woede oproepen werkt in heel goed in een politieke speech (daarom wordt het zoveel gebruikt) en roept op tot actie. Maar het is misschien een minder handige emotie als je daarna een positief verhaal wil delen.

Maar er zijn wel een paar handreikingen, die een kandidaatwethouder in het hoofd, hart en de buik moet opslaan:

  • Bondigheid: samenvatting van de belangrijkste punten;
  • Gepastheid: emoties horend bij de gelegenheid;
  • Emoties: ervaringen en verwachtingen; en
  • Call-to-action: benoemen van de volgende stap.

Bondigheid

Emotioneel raken doe je vaak aan het einde van je toespraak. Een goed gebruik is om je slot te beginnen met een duidelijke, bondige samenvatting van de belangrijkste punten. Dit zorgt dat het publiek weer mentaal op hetzelfde punt is als de spreker. Je kan een publiek niet emotioneel raken als ze nog aan het nadenken zijn over punten die eerder zijn

Uiteraard kies je voor de belangrijkste punten die overeen komen met het verhaal dat jij wil vertellen. Het is goed als je in jouw verhaal de negatieve punten benoemt, maar in je samenvatting kan dat wegblijven.

Dat betekent dus ook dat de samenvatting niet alleen bondig moet zijn, maar vooral ook goed en goed gestructureerd. Zorg daarbij dat je dezelfde volgorde aanhoudt als de rest van je verhaal. Want anders raakt het publiek de weg alsnog kwijt.

Gepastheid

Bij alles dat gezegd wordt, is gepastheid van het grootste belang: het kiezen van de juiste toon, stijl en inhoud. En dat zijn keuzes waar over nagedacht moet worden voor zowel het publiek, de locatie en de gelegenheid. Daar moet je dus vooraf over nadenken.

Kan ik hier langzaam of snel spreken? Hoe diep kan ik gaan in mijn argumentatie? Moet ik professioneel en afstandelijk overkomen, of juist een vriendelijke en intieme sfeer creëren? En welke emoties horen hier wel en niet thuis?

Hoe veel slecht vallende grappen zouden niet voorkomen kunnen worden als er even over de gelegenheid was nagedacht?

Emoties

Als je hebt gezocht naar de juiste emoties, moet je die nog aanspreken. Dat kan natuurlijk door de emoties vóór te leven, en het publiek hierin meetrekken. Een grotere kans op succes is als je weet waar de emoties van je publiek vandaan komen: uit ervaringen uit het verleden, en verwachtingen over de toekomst.

Wil je blijdschap aanzetten, dan vertel je over een vrolijke gebeurtenis die je publiek bekend voorkomt, of over het mooie plan dat we samen gaan ontwikkelen. Wil je juist een negatieve emotie benadrukken, dan herhaal je juist een vervelende gebeurtenis, of vertel je wat er gaat gebeuren als men jou niet volgt.

Call-to-action

Zelf merk ik dat de meest effectieve manier om iemand een emotie daadwerkelijk te laten doorvoelen, deze persoon ook meteen een manier te geven om de emotie te uiten. Pas dan wordt de emotie geïnternaliseerd. Dat doe je door je publiek een handelingsperspectief te geven. Je benoemt (en eventueel onderbouwt) een volgende stap, of natuurlijk stappen, die het publiek kan nemen.

“Wordt lid!”

“Sluit je aan!”

“I know that everyone here will soon be marching over to the Capitol building to peacefully and patriotically make your voices heard.”

Conclusie

We hebben in de afgelopen vijf weken een aantal wijsheden voor kandidaatwethouders gedeeld. Door deze toe te passen is ook jouw kans op een succesvolle campagne vergroot, en kan jij ook een productieve periode als lokaal bestuurder hebben.

Nog maar één stap te gaan: meld je aan voor ons Atelier “Versterk je Politieke Impact”, speciaal voor wethouderskandidaten!


Deze post is onderdeel van de reeks Wijsheden voor de komende raadsperiode, communicatie en ethisch leiderschap voor wethouders

Goed voorbereiden op je wethouderschap?
Kom op 23 of 25 september naar ons Atelier “Versterk je Politieke Impact”, speciaal voor wethouderskandidaten.
Opgeven via info@retorischleiderschap.nl.
De kosten van € 395 worden voor huidige raadsleden vaak vergoed vanuit het fractiebudget. Neem daarvoor contact op met je griffier.

Categorieën
blog Vijf Wijsheden GR2026

Structuur is wel je vriend

Wijsheid 4

Wijsheden voor de komende raadsperiode

“Bordjes zijn altijd goed.”

Elke keer als ons gezin gaat wandelen, is er minimaal één persoon die dit uitroept.

Je weet zeker dat je op het goede pad zit? Mooi: een bordje. Je wordt bevestigd in je kennis.

Je weet eigenlijk niet zo goed waar je bent? Mooi: een bordje. Nu weet je het wel.

Je bent volstrekt verdwaald, ondanks je geweldig mooie kaart, je kompas en je scherp richtingsgevoel?

Mooi: een bordje. Die gaat me helpen om de route weer terug te vinden.

Ik moet hier ook wel eens aan denken als ik de weg kwijt ben in iemands verhaal. Ik doe erg mijn best om te volgen waar het over gaat, en waar het heen gaat. “Concluderend”. Mooi: een bordje. We zijn bijna aan het einde.

Structuur is de bewegwijzering van je verhaal, die er voor zorgt dat jouw publiek jou altijd kan blijven volgen. We schreven al eens dat dat je niet moet overschatten wat je publiek weet. Als spreker heb je een enorme denkvoorsprong, en dus moet je jouw publiek de kans geven om jouw, uiteraard briljante, ideeën mentaal te kunnen verwerken en volgen. Door ze de juiste bewegwijzering te geven, help je ze daarbij.

Welke structuur gebruik je?

Welke structuur je gebruikt is nog niet eens van heel groot belang. Je hebt bijvoorbeeld de Key Point Speech. Je introduceert je verhaal, vertelt welke “key points” je gaat behandelen. Dan vertel je het verhaal, met de key points, je argumenten, anekdotes, redenen, etc. En je eindigt met te vertellen wat je net hebt verteld. Al iets spannender vind ik zelf het Standaargeschillenmodel. Dat is een model dat je mooi in je achterzak kan houden om altijd een gestructureerd verhaal te houden. Het helpt daarbij om je argumenten scherp te krijgen.

Vanuit de klassieke retorica heb je nog een heleboel andere schema’s, zoals de vijf onderdelen van een (juridische) toespraak of de indeling van Hermagoras van Temnos (Ερμαγόρας, 1e eeuw BCE) in zeven stadia. Hoe je het ook doet, het begin, midden en einde van een toespraak hebben allemaal hun eigen bestaansreden.

Het begin is voor het innemen van het publiek in de inleiding. Je publiek moet welwillend, of aandachtig, of geïnteresseerd worden. Denk hierbij terug aan je ethos-mentaliteit. In het midden moet je je publiek informeren. Dit komt ongeveer overeen met Logos als overtuigingsargument. En pathos komt goed tot zijn recht aan het einde, waar je het publiek emotioneel kan raken en eventueel oproepen tot actie.

Lees hier meer over de drie overtuigingsmiddelen ethos, logos en pathos.

In sommige omgevingen, met name in een academische setting, ligt de structuur heel erg vast. Iets als “Introduction – Methods – Results – Discussion – Conclusion”. En je merkt het meteen als iemand afwijkt. Als ze dat op een slechte manier doen, dan ben je een groot deel van je publiek heel snel kwijt. Als je het op een goede manier doet, bijvoorbeeld door je eigen bewegwijzering goed neer te zetten, kan het helpen je verhaal boven de rest te laten uitsteken.

Ik ben ooit een academische presentatie begonnen met de conclusie. Dat is namelijk wat ik wilde dat ze zouden onthouden, en dat heb ik ook letterlijk gezegd.

“Als u één ding onthoud van mijn verhaal aan het eind van dit congres, dan is het dit: …”

En daarbij: ik ben niet zo van de “spoiler warming” als het niet gaat om Sci-Fi.

Bewegwijzering

We begonnen dit verhaal met bewegwijzering. Die kan je natuurlijk heel letterlijk nemen, door dit mooi op slides achter je te projecteren. Maar liever heb ik verbale cues. Deze voelen misschien kinderachtig, en afgezaagd, maar ze helpen wel.

Een simpele

“Ik ga u vandaag drie belangrijke redenen geven, namelijk A, B en C”

en daarna A, B en C rustig uitwerken, doet wonderen. Het publiek weet wat er gaat komen, weet ook hoeveel redenen er komen, en volgen elke stap als een nieuw bordje op weg door jouw toespraak. Zeker als je ze daarna nog even herhaalt. Het letterlijk gebruiken van de volgende voorbeelden helpt ook.

“Nu we de context hebben, laten we dieper ingaan op dit onderwerp.”

“Tot zover het verhaal vanuit dit perspectief, dan ga ik nu verder vanuit een ander perspectief.”

“Concluderend.”

Naast de verbale cues, zijn is er ook niet-verbale cues. En dan vooral de pauzes. Door even rust te houden, kan je publiek het vorige stuk mentaal afsluiten en met jou de volgende stap nemen. Tel rustig in je hoofd tot vijf. Dat voelt voor jou als spreker heel erg lang, maar je publiek zal je dankbaar zijn.

Ik heb ook wel sprekers gezien die, tijdens een pauze in hun verhaal, rustig naar de andere kant van het podium liepen. Even naar een andere plek, in een andere houding, waarmee je het publiek letterlijk meeneemt naar je volgende punt. Het zijn tekenen voor jouw publiek, die -mits je ze gecontroleerd en rustig uitvoert- helpen met je verhaal.

Voorbereiding

Zoals alles bij retorica, is ook structuur afhankelijk van een goede voorbereiding. Als je jouw eigen verhaal niet hebt geordend, dan zal het ook zeker niet helpen voor je publiek. Vandaar het advies om de bovenstaande structuren, de key point speech en het standaardgeschillenmodel, altijd in je achterzak te hebben. Die kan je gebruiken om, ook als de voorbereiding relatief kort is, toch alles goed te ordenen.

Of probeer je ideeën eens langs deze patronen te ordenen.

  • Korte termijn, lange termijn
  • Verleden, heden, toekomst
  • Toename, afname
  • Oorzaak, effect

En als je er dan nog niet bent, dan had Aristoteles 3.000 jaar geleden er al 28. Daar zit voor iedereen wel wat tussen.


Deze post is onderdeel van de reeks Wijsheden voor de komende raadsperiode, communicatie en ethisch leiderschap voor wethouders

Goed voorbereiden op je wethouderschap?
Kom op 23 of 25 september naar ons Atelier “Versterk je Politieke Impact”, speciaal voor wethouderskandidaten.
Opgeven via info@retorischleiderschap.nl.
De kosten van € 395 worden voor huidige raadsleden vaak vergoed vanuit het fractiebudget. Neem daarvoor contact op met je griffier.

Categorieën
blog Vijf Wijsheden GR2026

De pers is niet je vriend

Wijsheid 3

Wijsheden voor de komende raadsperiode

Wat moet je als beginnend wethouder weten van omgaan met de pers? Wij kunnen dat van twee kanten belichten, heel handig. Pepijn was wethouder, Geert-Jan journalist bij een regionale zender.

Bestuurders willen vaak de controle houden over berichtgeving, maar dat kan niet. Onjuiste, onterechte en onwenselijke berichten in de media kun je als wethouder niet verbieden. En dat is maar goed ook, want een vrije samenleving kan niet zonder vrije pers.

De belangrijkste les is: zeg geen dingen waar je spijt van krijgt. De boodschap die je in de media wilt krijgen moet al uitgekristalliseerd zijn. Voorbereiding is dus fundamenteel, en uit de heup schieten is taboe.

Maar eerst een blokje strategische empathie. Wat wil de journalist, wat heeft hij of zij nodig? Als je dat weet kun je een productieve relatie ontwikkelen.

Journalisten willen verhalen schrijven die gelezen worden. Lezers, kijkers, luisteraars informeren. De macht (dat ben jij, ook al voelt het wel eens anders) controleren. En natuurlijk als professional en mens serieus genomen worden.

En wat ze nodig hebben is een verhaal, niet jouw overtuiging. Lever heldere, citeerbare, eerlijke teksten. Geef de journalist een verhaal dat klopt, in plaats van procestaal die ze zelf gaan vertalen. Ze houden ook ontzettend van een goede quote. Als je er een beetje in traint, dan weet je al wat de quote gaat worden, door de manier waarop je het zegt.

Een leuk, onschuldig voorbeeld lazen we onlangs in de NRC: een artikel over soloreizigers had als kop “Ik dacht dat het geflikflooi zou zijn, maar dat was het niet”. Op het moment dat iemand een prachtig woord als “geflikflooi” gebruikt met een bepaalde lading is het geheid al de kop.

Een paar praktische tips.

Het eerste dat je doet als een journalist je belt is het stellen van twee vragen. Ten eerste: “waar gaat het precies over?” en meteen daarna “wanneer moet je mijn antwoord hebben?” Een goede journalist heeft nooit jouw antwoord meteen nodig. Als dat wel zo is zijn ze zelf te laat begonnen. En jij laat je niet onder druk zetten. Dus je stelt deze vragen, bedankt hartelijk voor de informatie, hangt op met een vriendelijk “ik kom op tijd terug op de lijn, maar nu eerst wat ander werk afmaken” en daarna ga je jezelf voorbereiden. Goed voorbereiden. En de journalist dan ruim op tijd terugbellen.

Bouw vooral een relatie op met een journalist, want ook al heb je andere doelen, je wilt beiden verhalen naar buiten brengen. Dan is het handig als je elkaar makkelijk kunt vinden. Die relatie mag vriendelijk zijn, maar ga er nooit van uit dat je ze in vertrouwen kunt nemen. Want dan komt hun echte motivatie naar voren: een goed verhaal. En dat is belangrijker dan een bevriende relatie met een wethouder.

Onthoud ook dat je nooit spreekt met de journalist, je spreekt altijd met de lezer, kijker en luisteraar via de journalist. Dat kan je snel vergeten, zoals Jan Peter Balkenende in 2010 op een gênante manier deed. Je beantwoordt de vraag van de journalist zo goed mogelijk, niet omdat de journalist je die stelt, maar omdat je daarmee jouw verhaal, jouw waarden en jouw boodschap met het brede publiek kan delen.

Een journalist zal zijn of haar verhaal niet enkel baseren op wat jij zegt. Een goede journalist vraagt door, en heeft precies door waar de spannende, moeilijke en gevoelige punten liggen. Ook hier is voorbereiding van groot belang: onderzoek vooraf de zwakheden van je eigen verhaal en formuleer daar al een antwoord op. Want als een journalist de zwakke punten kan vinden, kun jij dat zeker. Blijf in je antwoord altijd bij je eigen waarden en focus je op je ethos-mentaliteit.

En als laatste: vertrouw op de mensen om je heen. Een gemeente heeft niet voor niets een afdeling communicatie. Die kan je helpen om je boodschap te ordenen. En dat allemaal zonder jezelf, en wat jij belangrijk vindt, te verliezen.


Deze post is onderdeel van de reeks Wijsheden voor de komende raadsperiode, communicatie en ethisch leiderschap voor wethouders

Goed voorbereiden op je wethouderschap?
Kom op 23 of 25 september naar ons Atelier “Versterk je Politieke Impact”, speciaal voor wethouderskandidaten.
Opgeven via info@retorischleiderschap.nl.
De kosten van € 395 worden voor huidige raadsleden vaak vergoed vanuit het fractiebudget. Neem daarvoor contact op met je griffier.

Categorieën
blog Vijf Wijsheden GR2026

Je kern is je basis

Wijsheid 2

Wijsheden voor de komende raadsperiode

In mijn tijd als wethouder had ik ooit iemand op mijn kamer die in een uur tijd drie keer herhaalde “ik doe het niet voor het geld”. De eerste keer geloofde ik hem nog. De tweede keer begon ik kriebels te krijgen. De derde keer heb ik het gesprek zo snel mogelijk afgerond. En daarna nooit meer wat met deze persoon gedaan.

Het karakter dat werd tentoongespreid kwam duidelijk niet overeen met de normen en waarden die mij definiëren. Als bestuurder is je karakter je belangrijkste en laatste bron van kracht en stabiliteit. Het is wat de oude Grieken êthos noemden en het is het totaal van je eigen normen en waarden.

Vorige week bespraken we al dat je publiek overal is. Je kunt aangesproken worden op straat, in de supermarkt, naast het sportveld. Door inwoners, raadsleden, journalisten. Dan kun je natuurlijk proberen te vertrouwen op een snelle babbel of op je dossierkennis, maar eigenlijk is êthos als basis nog veel belangrijker.

En aan je êthos kun je bewust en effectief werken.

Die eigen normen en waarden zijn de stevige fundering waar je altijd op kunt bouwen. Je voelt je er thuis, want dit is jouw terrein. Of je nu een moeilijke beslissing moet nemen of een moeilijke vraag krijgt, als je weet op welke grond je staat, sta je zekerder.

Wij noemen dat je ethos-mentaliteit: het benaderen van communicatie en leiderschap met de primaire focus op het neerzetten en houden van een positief en waar beeld van je karakter, in de ogen van het publiek. Dat betekent dat elk moment van communiceren in lijn moet zijn met jouw diepste overtuigingen.

Dat is natuurlijk gemakkelijk gezegd. Maar wat betekent dat dan?

Volgens Aristoteles zit je geloofwaardigheid als spreker niet alleen in wat je zegt en hoe je publiek daarmee omgaat, maar vooral in hoe jouw karakter overkomt. En dat karakter heeft drie onderdelen: deugd, ambacht, medeleven.

In de praktijk betekent de Deugd dat je laat zien voor welke waarden je staat, en dat die dezelfde waarden zijn als het publiek. Bij een 4 mei lezing zal een spreker altijd zeggen hoe belangrijk het is om in vrijheid te leven, dat hoort bij het moment. Bij een opening van een school kan een wethouder het belang van onderwijs onderstrepen, of de kwaliteit van de schoolomgeving. Bij een vraag naar de laatste winstcijfers noemt een CEO vaak de continuïteit van het bedrijf, zelfs als die niet in het geding is.

Het element Ambacht wordt praktische wijsheid genoemd. Het publiek moet geloven dat jij als spreker het probleem kan oplossen. Dat doe je door te laten zien dat je net zo’n probleem al eerder hebt opgelost, of dat je de juiste opleiding of positie hebt. Het klinkt heel raar als een inwoner bij de inloopbijeenkomst roept dat deze wel even “die nieuwe weginrichting” gaat regelen. Maar wanneer de wethouder dat zegt dan valt het heel anders.

Het laatste element is het Belangeloos Medeleven. Het publiek moet voelen dat je het voor het publiek doet, niet voor jezelf. Want als jij de goede Deugd hebt, en het juiste Ambacht, dan ben jij natuurlijk de juiste persoon om zich in te zetten voor het publiek. Maar als dit publiek denkt dat jij het vooral voor jezelf doet, dan durven ze je echt niet te vertrouwen.

Leiders, en dus ook wethouders, moeten staan voor hun keuzes. En dat gaat een stuk makkelijker als ze die keuzes niet hebben gemaakt op drijfzand, maar hun eigen grond. Of het zand is, of klei – als het maar van jou is.

Pepijn Vemer


Deze post is onderdeel van de reeks Wijsheden voor de komende raadsperiode, communicatie en ethisch leiderschap voor wethouders

Goed voorbereiden op je wethouderschap?
Kom op 23 of 25 september naar ons Atelier “Versterk je Politieke Impact”, speciaal voor wethouderskandidaten.
Opgeven via info@retorischleiderschap.nl.
De kosten van € 395 worden vaak vergoed vanuit het fractiebudget. Neem daarvoor contact op met je griffier.

Categorieën
blog Vijf Wijsheden GR2026

Je publiek is overal

Wijsheid 1

Wijsheden voor de komende raadsperiode

Wethouder ben je 24/7. Je kunt aangesproken worden op straat, in de supermarkt, naast het sportveld. Ik wilde ooit voor een privébezoek naar het Klompenmuseum, toen ik bij de voordeur werd aangesproken door een meneer.

“Dag meneer de wethouder. Wat hier op dit kavel gebeurt – da’s een schande niet?”

Probeer dan maar eens op een goede manier te reageren. Onvoorbereid, op een gebied dat eigenlijk nét niet het mijne was, tegenover een onbekend gezicht met een wat norse uitstraling. Gelukkig kon ik me er goed uit redden, en hebben we een goed gesprek gehad. Maar het deed me wel realiseren dat je communicatievaardigheden altijd aan moeten staan. En dat je daar dus goed op moet zijn voorbereid.

Politiek bestuurders, zoals wethouders, maar ook burgemeesters, gedeputeerden en Tweede Kamerleden, moeten op elk moment helder en doeltreffend hun punt kunnen maken. Vraag van een journalist? Opmerking van iemand op straat? Directe vraag in de politieke arena? Ga er maar aan staan om daar goed op te antwoorden.

Iedereen communiceert

Of je dat nu doet door een glimlach, door een handgebaar, met woorden; aan de bar, tijdens een gezamenlijke wandeling of op een podium: vanaf zijn geboorte brengt de mens boodschappen over aan de mensen om hem heen.

Dat betekent niet dat iedereen goed communiceert. Saai taalgebruik is schering en inslag, net als onbegrijpelijke zinnen. Met zegt te veel of te weinig, men praat te kort of te lang. Soms hoor of zie je woorden, kleding en grappen die niet passen bij de situatie. Jargon of afkortingen, straattaal of elitair taalgebruik, zonder door te hebben dat de andere kant van de tafel die niet begrijpt. Of er een andere betekenis aan geeft.

En als je dan toch communiceert, dan is het maar beter dat ook goed te doen.

Pepijn Vemer


Deze post is onderdeel van de reeks Wijsheden voor de komende raadsperiode, communicatie en ethisch leiderschap voor wethouders

Goed voorbereiden op je wethouderschap?
Kom op 23 of 25 september naar ons Atelier “Versterk je Politieke Impact”, speciaal voor wethouderskandidaten.
Opgeven via info@retorischleiderschap.nl.
De kosten van € 395 worden vaak vergoed vanuit het fractiebudget. Neem daarvoor contact op met je griffier.