Wijsheid 4
Wijsheden voor de komende raadsperiode
“Bordjes zijn altijd goed.”
Elke keer als ons gezin gaat wandelen, is er minimaal één persoon die dit uitroept.
Je weet zeker dat je op het goede pad zit? Mooi: een bordje. Je wordt bevestigd in je kennis.
Je weet eigenlijk niet zo goed waar je bent? Mooi: een bordje. Nu weet je het wel.
Je bent volstrekt verdwaald, ondanks je geweldig mooie kaart, je kompas en je scherp richtingsgevoel?
Mooi: een bordje. Die gaat me helpen om de route weer terug te vinden.
Ik moet hier ook wel eens aan denken als ik de weg kwijt ben in iemands verhaal. Ik doe erg mijn best om te volgen waar het over gaat, en waar het heen gaat. “Concluderend”. Mooi: een bordje. We zijn bijna aan het einde.
Structuur is de bewegwijzering van je verhaal, die er voor zorgt dat jouw publiek jou altijd kan blijven volgen. We schreven al eens dat dat je niet moet overschatten wat je publiek weet. Als spreker heb je een enorme denkvoorsprong, en dus moet je jouw publiek de kans geven om jouw, uiteraard briljante, ideeën mentaal te kunnen verwerken en volgen. Door ze de juiste bewegwijzering te geven, help je ze daarbij.
Welke structuur gebruik je?
Welke structuur je gebruikt is nog niet eens van heel groot belang. Je hebt bijvoorbeeld de Key Point Speech. Je introduceert je verhaal, vertelt welke “key points” je gaat behandelen. Dan vertel je het verhaal, met de key points, je argumenten, anekdotes, redenen, etc. En je eindigt met te vertellen wat je net hebt verteld. Al iets spannender vind ik zelf het Standaargeschillenmodel. Dat is een model dat je mooi in je achterzak kan houden om altijd een gestructureerd verhaal te houden. Het helpt daarbij om je argumenten scherp te krijgen.
Vanuit de klassieke retorica heb je nog een heleboel andere schema’s, zoals de vijf onderdelen van een (juridische) toespraak of de indeling van Hermagoras van Temnos (Ερμαγόρας, 1e eeuw BCE) in zeven stadia. Hoe je het ook doet, het begin, midden en einde van een toespraak hebben allemaal hun eigen bestaansreden.
Het begin is voor het innemen van het publiek in de inleiding. Je publiek moet welwillend, of aandachtig, of geïnteresseerd worden. Denk hierbij terug aan je ethos-mentaliteit. In het midden moet je je publiek informeren. Dit komt ongeveer overeen met Logos als overtuigingsargument. En pathos komt goed tot zijn recht aan het einde, waar je het publiek emotioneel kan raken en eventueel oproepen tot actie.
Lees hier meer over de drie overtuigingsmiddelen ethos, logos en pathos.
In sommige omgevingen, met name in een academische setting, ligt de structuur heel erg vast. Iets als “Introduction – Methods – Results – Discussion – Conclusion”. En je merkt het meteen als iemand afwijkt. Als ze dat op een slechte manier doen, dan ben je een groot deel van je publiek heel snel kwijt. Als je het op een goede manier doet, bijvoorbeeld door je eigen bewegwijzering goed neer te zetten, kan het helpen je verhaal boven de rest te laten uitsteken.
Ik ben ooit een academische presentatie begonnen met de conclusie. Dat is namelijk wat ik wilde dat ze zouden onthouden, en dat heb ik ook letterlijk gezegd.
“Als u één ding onthoud van mijn verhaal aan het eind van dit congres, dan is het dit: …”
En daarbij: ik ben niet zo van de “spoiler warming” als het niet gaat om Sci-Fi.
Bewegwijzering
We begonnen dit verhaal met bewegwijzering. Die kan je natuurlijk heel letterlijk nemen, door dit mooi op slides achter je te projecteren. Maar liever heb ik verbale cues. Deze voelen misschien kinderachtig, en afgezaagd, maar ze helpen wel.
Een simpele
“Ik ga u vandaag drie belangrijke redenen geven, namelijk A, B en C”
en daarna A, B en C rustig uitwerken, doet wonderen. Het publiek weet wat er gaat komen, weet ook hoeveel redenen er komen, en volgen elke stap als een nieuw bordje op weg door jouw toespraak. Zeker als je ze daarna nog even herhaalt. Het letterlijk gebruiken van de volgende voorbeelden helpt ook.
“Nu we de context hebben, laten we dieper ingaan op dit onderwerp.”
“Tot zover het verhaal vanuit dit perspectief, dan ga ik nu verder vanuit een ander perspectief.”
“Concluderend.”
Naast de verbale cues, zijn is er ook niet-verbale cues. En dan vooral de pauzes. Door even rust te houden, kan je publiek het vorige stuk mentaal afsluiten en met jou de volgende stap nemen. Tel rustig in je hoofd tot vijf. Dat voelt voor jou als spreker heel erg lang, maar je publiek zal je dankbaar zijn.
Ik heb ook wel sprekers gezien die, tijdens een pauze in hun verhaal, rustig naar de andere kant van het podium liepen. Even naar een andere plek, in een andere houding, waarmee je het publiek letterlijk meeneemt naar je volgende punt. Het zijn tekenen voor jouw publiek, die -mits je ze gecontroleerd en rustig uitvoert- helpen met je verhaal.
Voorbereiding
Zoals alles bij retorica, is ook structuur afhankelijk van een goede voorbereiding. Als je jouw eigen verhaal niet hebt geordend, dan zal het ook zeker niet helpen voor je publiek. Vandaar het advies om de bovenstaande structuren, de key point speech en het standaardgeschillenmodel, altijd in je achterzak te hebben. Die kan je gebruiken om, ook als de voorbereiding relatief kort is, toch alles goed te ordenen.
Of probeer je ideeën eens langs deze patronen te ordenen.
- Korte termijn, lange termijn
- Verleden, heden, toekomst
- Toename, afname
- Oorzaak, effect
En als je er dan nog niet bent, dan had Aristoteles 3.000 jaar geleden er al 28. Daar zit voor iedereen wel wat tussen.
Deze post is onderdeel van de reeks Wijsheden voor de komende raadsperiode, communicatie en ethisch leiderschap voor wethouders
Goed voorbereiden op je wethouderschap?
Kom op 23 of 25 september naar ons Atelier “Versterk je Politieke Impact”, speciaal voor wethouderskandidaten.
Opgeven via info@retorischleiderschap.nl.
De kosten van € 395 worden voor huidige raadsleden vaak vergoed vanuit het fractiebudget. Neem daarvoor contact op met je griffier.